Het hart – en bloedvatenstelsel

Klik hier voor de educatieve video over het hart - en bloedvatenstelsel. (nummer 1)

Het hart- en bloedvatenstelsel van het lichaam bestaat uit het hart, de bloedvaten en het bloed.
Er zijn twee soorten bloedvaten: slagaders (of arteriën) en aders (of venen).

Het hart pompt het bloed uit het hart via de slagaders en het bloed wordt terug naar het hart gevoerd via de aders of venen. De bloedsomloop is een gesloten systeem, d.w.z. dat het bloed de bloedvaten niet verlaat.

Het bloed brengt zuurstof maar ook andere belangrijke stoffen naar de verschillende organen en weefsels van het lichaam.

De bloedvaten die het zuurstofrijke bloed naar alle organen en weefsels voeren zijn   slagaders of arteriën. Deze splitsen en vertakken zich tot ze nog slechts uit dunne haarvaatjes bestaan. Hierdoor krijgt iedere cel van ons lichaam de nodige zuurstof en voedingsstoffen .

De haarvaten worden dan weer venen, die het zuurstofarme bloed naar het hart terugvoeren. De bloeddruk in de venen is duidelijk lager dan deze in de slagaders maar uiteindelijk komt het bloed terug in het hart.

Hierna wordt het bloed vanuit de rechterhartkamer door de longslagaders naar de longen gepompt. Daar wordt de koolstofdioxide uitgeademd.

Het bloed neemt opnieuw zuurstof op en keert terug naar de linkerhelft van het hart.

En dan begint de boedsomloop opnieuw.

 

LE SYSTÈME CARDIOVASCULAIRE

lien vers la page vidéo, comprenant une vidéo éducative sur le système cardiovasculaire.

Le système cardiovasculaire du corps est constitué du cœur, des vaisseaux sanguins et du sang.
Il y a  deux sortes de vaisseaux : les artères et les veines
Le cœur pompe le sang dans les artères et le sang est renvoyé au cœur via les veines.  La circulation sanguine est un circuit fermé : le sang ne quitte jamais les vaisseaux.

Le sang transporte l’oxygène et d'autres substances importantes qu'il distribue aux différents organes du corps.
Les vaisseaux qui conduisent le sang riche en nutriments  à toutes les parties du corps sont des artères. Ils se scindent et se ramifient jusqu'à devenir des vaisseaux fins comme des cheveux.  Ici, l'oxygène et les nutriments sont distribués dans chaque cellule.

Ces capillaires s'épaississent ensuite pour se transformer en veines qui mènent vers le cœur. La pression sanguine dans les veines est nettement moins élevée que dans les artères mais finalement  les veines conduisent le sang vers le cœur.
Ensuite le sang est dirigé - sous l'effet de pompe - des cavités droites du cœur dans les artères pulmonaires vers les poumons. Dans les poumons, le dioxyde de carbone est éliminé par la respiration.
Le sang se charge à nouveau d'oxygène et quitte ensuite les poumons pour rejoindre la moitié gauche du cœur.
Et la circulation recommence.